OVER GOETHE, KAKBROEKJES & INSTAGRAM. OF HOE NOG ZIN ZIEN DOORHEEN DE ONZIN.



JEROEN MEDAER, 20/01/2020


Ik ben geen slimme wetenschapper of scherpe filosoof. 

Dus ik schrijf maar wat …


Ik heb het lastig - deze periode van het jaar - met alle ‘beste wensen’ die je krijgt én dient te geven. Het is een goed bedoelde uitdrukking, I know. Maar als je er echt bij stilstaat, wat wens je iemand dan eigenlijk toe? 


Het beste? En wat is dat dan? Taalkundig is het de overtreffende trap van goed. Iets beter is er niet. Of toch? Is er niks beter dan het beste? En is ‘goed’ dan niet goed genoeg? Het lijkt alsof we leven in een wereld van superlatieven. We wensen elkaar ‘het beste’ toe, vragen langs onze neus weg of ‘alles’ goed is, willen allemaal ‘gelukkig’ zijn. Achteloos. Zonder er echt bij stil te staan wat die woorden betekenen. En daarmee verliezen ze tegelijk ook hun waarde, hun betekenis. 

Op hetzelfde moment zie ik rond mij iedereen [ok, niet iedereen, maar wel veel] struikelen over mislukte relaties & echtscheidingen, burnouts, vermoeidheid, angst, zinloosheid of net een bijna-wanhopige-zoektocht-naar-
zin. Hoe? Waarom? We hebben nog nooit in de geschiedenis van de mensheid zoveel taal gebruikt, zoveel communicatiemiddelen tot onze beschikking gehad en nog nooit is zoveel mogelijk en beschikbaar voor zoveel mensen. Er is altijd iets beters binnen handbereik. Or is it?


Ik zit hier al even op te kauwen. Als op een tandenstoker: degoutant na een tijdje, maar ik kan er toch niet mee stoppen. Mijn 5-jarig zoontje die sinds vorig weekend trots zijn poep zelf kan afvegen én een gebroken hart hebben me op weg naar een antwoord gezet. Bear with me, please …


DE DISNEY-SHITSTORM


Ik ben - of moet ik ‘was’ zeggen - een hopeloze romanticus. Dat mag je zowel Disney- als Goethe-gewijs interpreteren: rozengeur-en-maneschijn als het goed gaat, eindeloos en zalig zwelgen in zelfmedelijden en weltschmerz [oh heerlijk woord] als het slecht gaat. Toen een half jaar geleden de liefde van mijn leven mij harteloos liet vallen als een baksteen - na amper twee maanden - viel ik logischerwijs opnieuw in een onoverkomelijk en onmetelijk zwart gat. [Alle dramatische overdrijvingen in deze laatste zin zijn de volledige verantwoordelijkheid van de schrijver!]


Maar dit keer had ik er genoeg van. Godverdomme! Niet nog es dat vervloekte liefdesverdriet. Erover Googlen hielp in het verleden ook niet echt.  [Echt waar … De eerste zoekresultaten zijn ‘9 tips om liefdesverdriet te verwerken’, ‘4 Tips om je beter te voelen’ en ‘5 Simpele Stappen om Snel Je Liefdesverdriet te Verwerken’ Forget about it!] Maar waar haal je je mosterd tegenwoordig nog? Tot ik - met een omweggetje via de ‘post-romantiek’ van Alain de Botton of all people - uitkwam bij Mark Manson en zijn artikel ‘How to Let Go: Learning to Deal with Loss’. Bang! Knal! Eureka! In een lange ruk [some pun intended] heb ik alle artikels op zijn website gelezen. Of toch de artikels die over relaties gingen. Weg met de sluier der romantiek. Weg met voor-eeuwig-en-altijd. Weg met nooit-of-te-nimmer-meer. Een heldere blik op mezelf en dat beestje dat me zo fascineert: de mens.
Ok. Mark Manson is geen superheld. En hij probeert ook zijn boterham te verdienen met het obligate ‘Get access to more amazing shit’ onder elk artikel. Maar hij verwoordt het wel goed. Scherp. Hij zet een heleboel van ons gedrag in perspectief. Met achtergrond, ervaring en kennis van zaken. En met een stevige en welgemeende middenvinger. Naar zichzelf. En naar het verwende en zelf-bedriegende kind in mij. 


Ik liet in het verleden het Disney-Goethe-team lustig aan de haal gaan met mijn onvervulde verlangens en bouwde luchtkastelen van elke relatie. Maar hoe kon ik ook anders? Disney is overal. Of toch de Disney-variant van liefde, van verbinding, van waarheid, van zowat alles. Sinds de Romantiek [de kunst/literaire stroming, rond 1750, lees Alain de Botton over ‘Post-Romantiek’ of Mark Manson’s ‘A Brief History of Romantic Love and Why It Kind of Sucks’] zien we alles door een roze bril. Of een blauwe. Of een regenboogkleurige. Of een Vlaams-gele. Of een zwart/witte. 

Alles moet eruit springen. Alles moet bijzonder zijn. Het beste. Altijd gelukkig. Of het omgekeerde: het verschrikkelijkste, nooit meer hetzelfde, alles en voor altijd kapot. Sla de krant of HLN.be er maar op na. Niets is nog gewoon: Trump is de ergste president ooit en Australië is onbewoonbaar. En oh ja, Kevin Janssen, Matthias Schoenaerts en Koen Wauters komen ook nooit meer van straat. Allemaal bullshit natuurlijk.

Dankzij - voornamelijk - onze smartphone worden we non-stop gebombardeerd door die romantische kijk op de wereld. In alle extremen: van de eeuwige liefde in romcoms op Netflix en liefdesliedjes op Spotify tot panische angst voor terrorisme en het einde van de wereld dankzij global warming op Facebook en alle nieuws-apps. Om dan nog maar te zwijgen over de onbereikbare - want volledig fake - [voor]beelden van influencers op Instagram en YouTube. Niet alleen krijgen we voortdurend prikkels, het zijn ook nog es extreme prikkels. Uitersten. Ons brein - of toch de eerste impuls van onze neocortex - gaat onvermijdelijk in overlevingsmodus: fight, flight or freeze. We verkrampen. Massaal. Collectief. De zingeving waar we zo gretig naar op zoek zijn, wordt bedolven onder een shitstorm van onzin. 


Een storm waar ik als individu trouwens weinig tegen kan beginnen. Na de aanslagen in Brussel en de niet-aflatende verslaggeving die dag, ben ik gestopt met het volgen van nieuws en nieuws-apps. Ik was - achteraf bekeken - een tikkeltje getraumatiseerd. Niet door de gebeurtenissen. Maar door de verslaggeving er rond. [Er zijn studies die tonen hoe het steeds opnieuw zien van rampen en aanslagen, bijvoorbeeld op TV, symptomen van posttraumatische stress kunnen veroorzaken. Lees Mark Manson!] Nu, meer dan 3 jaar later, heeft het mij zoveel rust gebracht. Ik snapte het niet goed. Want ik was niet meer mee … dacht ik. Ik kon en mocht niet meepraten, vond ik. Mijn mening leek minder gefundeerd. Minder waar.

Ok. Eerlijk. Sorry. Dat laatste geloofde ik zelf niet echt. Mijn meningen zijn geweldig! [knipoog] Maar hoezo dan? Mark Manson - opnieuw, sorry, maar hij niet alleen - wees me erop dat het niet-weten en twijfelen juist zin of richting geeft. ik hou van het woord ‘purpose’. Je hebt altijd iets om verder uit te zoeken. Om aan te knutselen en te verbeteren. Je inzicht rustig laten voortschrijden. Heerlijk toch. 


De onmogelijk capteerbare stroom aan [zwaar ingekleurde] informatie geeft een vals gevoel van kennis. Eigenlijk weet je niks. Of niks nieuw. En voor je’t weet, zit je vast in het Dunning-Kruger Effect: ‘the less knowledgeable people are, the more they tend to overestimate their knowledge and abilities. Similarly, the more knowledgeable somebody is, the more they tend to doubt themselves.’ [sorry, klonk beter in het Engels]. Of zoals Charles Bukowski het zei: “The problem with the world is that the intelligent people are full of doubts, while the stupid ones are full of confidence.” Manson beschrijft geweldig wat de moderne nieuws-verslaggeving met mij deed en wat er gebeurde toen ik ‘stopte’ in ‘Why You Should Quit the News’: een lang artikel en een beetje Amerikaans, maar zo de moeite als je er doorheen spartelt!


KAKBROEKJES EN FRUITELLA'S


Waartoe dient al die wijsheid vraag ik me af. Het voor de hand liggende antwoord is natuurlijk “voor mijn nageslacht”. Wat ik in dit leven leer, is voorsprong voor het leven dat volgt. Of zoiets. 


Maar blijkbaar leert dat volgende leven ook op zichzelf. Dit weekend stond mijn zoontje van 5 apetrots in de keuken: “Papa! Ik heb zelf mijn poep afgeveegd.” Ik had beloofd dat Lowie’s stoelgang ook nog inzichten zou verschaffen!

Ik verloor vorige week een rechtszaak tegen mijn ex-vrouw. Terwijl ik dat schrijf, besef ik dat die zin op zich al symbolisch is voor wat ik wil vertellen. Ik zou het genuanceerder - en misschien juister - kunnen beschrijven: dat alle eisen die mijn advocaat op papier gezet heeft ter inleiding van de procedure voor de familierechtbank naar aanleiding van de weigering van de moeder van mijn zoon om een gesprek te voeren over de omgangsregeling met mijn zoon zijn verworpen. Maar wie kan dat nog volgen? [Of hoe taal onze werkelijkheid vormt.]

Anderhalf jaar geleden werd het tijd dat onze zoon ‘zindelijk’ zou worden. Geen pampers meer. Potjestraining. Joepie! Not. Maar goed, je moet er door. De communicatie met de mama liep sowieso niet zo vlot, dus zonder veel overleg deed ik het hoe ik het het beste achtte: een combinatie van gelaten kakbroekjes uitwassen en uitbundig belonen met Fruitella’s. Dat leek, langzaamaan, te werken. Bij mij in ieder geval. Aan de andere kant van ons gespleten gezin was het blijkbaar moeilijker. Zo moeilijk dat er medische en psychologische hulp nodig was. Blijkbaar. Tegenpruttelen, praten, overleggen, dialoog, … daar was geen ruimte voor. Blijkbaar. 

Om een lang verhaal wat korter te maken [en omdat de specifieke omstandigheden er niet echt toe doen], zorgde de volgehouden afwijzingen tot dialoog van de mama er voor dat we een jaar later in de rechtbank zaten. [gek genoeg op bankjes naast elkaar zittend, terwijl je ‘tegenover’ elkaar staat. soit.] En wat er in die rechtbank gebeurde, deed mijn broek afzakken.


Wat voor mij begonnen was als een oprechte en vriendelijke vraag om - met een ‘tas koffie’ - te babbelen over de opvoeding van onze zoon, werd een opvoering in 3 bedrijven [of zitdagen], 5 acteurs [of advocaten en rechters] en meer dan 50 bladzijden slecht script. In die eisen, conclusies, pleidooien en het uiteindelijke vonnis staan veel woorden neergeschreven. Heel veel woorden. In een taal die niet verder van het dagdagelijks verstaanbare kan staan. Wat een simpele uitnodiging was tot verbindende communicatie, was een donker en kil bos van holle en verwrongen woorden geworden.

Niet het feit dat al mijn - zogenaamde - eisen ongegrond verklaard zijn, deed me walgen [it happens, misschien was ik niet juist of genuanceerd genoeg, misschien had ik geen gelijk], maar wel het complete en absolute gebrek aan verbinding in de hele procedure. Noch de advocaten onderling, noch de rechter, noch in de geschreven conclusies, noch in het vonnis werd er geluisterd naar elkaar, werden standpunten op hun waarde gewogen. [Niet alleen de verwoordingen waren in onmogelijke taal, elk document stond vol feitelijke fouten en onjuistheden]. In wat voor wereld moet ik mijn zoon grootbrengen als mensen niet meer met elkaar kunnen praten, naar elkaar kunnen luisteren?



#NOFILTER

Waarom vertel ik dit? Wat is de les? Wat heeft, in mijn hoofd althans, die rechtszaak te maken met het collectieve emotionele failliet van deze

tijd? Paul Verhaege schrijft in zijn boek ‘Intimiteit’: “Vanuit een evolutionair perspectief beschrijft men drie klassieke reacties, bekend als fight, flight en freeze: vechten, vluchten en verstijven. Als mens hebben we een betere manier om een conflict op te lossen: uitpraten en bijleggen, eventueel met de hulp van een derde. Spreken helpt: de gemoederen bedaren, de spanning daalt, hartslag en ademhaling worden terug normaal, ik voel me opgelucht.”

Praten. Echt praten. En luisteren. Echt luisteren. Dat is de oplossing. Een antwoord op de kramp waarin we allemaal zitten. [Ok, niet allemaal, maar wel veel.] We doen dat niet meer. We gebruiken een stortvloed aan woorden elke dag: whatsapp, facebook, fake news, reclame, lifestyle magazines, twitter, … Maar het gaat steeds minder over wezenlijke dingen. We recycleren boutades en meningen, de een al heftiger dan de ander [want heftig verkoopt!]. 


Echte communicatie vraagt om te luisteren, te onderzoeken, niet-oordelen, naar waarde schatten … Dat kost tijd en moeite. Daarvoor moet je jezelf en je [gespreks]partner even écht zien. Daarvoor moet je de romantiek, Disney- en Goethe, even loslaten. Hashtag nofilter. En dan zien dat niet ‘alles’ goed is en dat ‘het beste’ gewoon niet haalbaar is. Maar dat is niet erg, want je krijgt er wat anders, iets beters voor in de plaats. Je hebt het goed, goed genoeg, samen, met elkaar. In verbinding met anderen, met je kinderen, met het echte leven dat we allemaal delen en … als je wat oefent, met jezelf.


Wat mag ik jou toewensen dit jaar?





Comments